Stichting Nationale Herdenking Weesp
  • Banner afbeelding NSHW


    Nieuws

    Nieuws van en over de Stichting Nationale Herdenking Weesp. Blijf ook op de hoogte en volg onze Facebook pagina

    Ruim 275 leerlingen van de Weesper basisscholen (groep 7/8) kwamen op 10 april naar de Grote Kerk voor de Kinderherdenking. Deze Kinderherdenking wordt jaarlijks georganiseerd door de Stichting Nationale Herdenkingen Weesp.

    Centraal stond dit jaar de persoon van meester Bouhuijs. Meester Bouhijs was onderwijzer op de Christelijke Nationale School in Weesp en ook op de Handelsavondschool.

    De Kinderherdenking werd geopend door burgemeester Femke Halsema. Zij begint haar toespraak met het verhaal van Joop de Jong. Hij kwam er pas op latere leeftijd achter dat hij eigenlijk Joop Brilleman heette, en Joods was. Hij heeft heel lang gedacht dat zijn pleegouders zijn ouders waren

    Burgemeester Halsema roept de leerlingen op om zich te verdiepen in de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog. En om een bezoek te brengen aan een museum over de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog, bijv. het Holocaust Museum in Amsterdam. Zij eindigt haar toespraak met: ‘Dan zijn jullie het geheugen van ons land en dat is belangrijk. Over 50 jaar is het niet erg dat jullie niet weten wie in 2024 de burgemeester van Amsterdam was. Maar het is wel heel goed als jullie over 50 jaar het verhaal van de oorlog nog kennen’.

    Daarna nam Sjoerd Huisingh de leerlingen mee op een virtuele wandeling door het centrum  Weesp. De wandeling begint bij het woonhuis van meester Bouhuijs (Singel 37) en dan langs Binnenveer 11, waar NSB-ers in de oorlog de ruiten ingooiden van een joodse winkel. Meester Bouhuijs zamelde toen geld in om deze ruit te laten repareren.  Vervolgens langs de Synagoge en de Bloemenmand aan de Nieuwstraat. Voor de Bloemenmand liggen struikelstenen.

    De wandeling gaat verder langs  de Grote Kerk en het stadhuis naar het Monument aan de Ossenmarkt. Dan terug via de Hoogstraat. De wandeling eindigt bij de meester Bouhuijstunnel.

    Dan neemt Marjolein Bouhuijs het verhaal over. Zij is de kleindochter van meester Bouhuijs.

    Zij vertelt dat ze haar Opa niet heeft gekend, omdat hij overleed toen zij drie jaar oud was. Ze kent wel de verhalen over haar opa. Hij stond bekend als een strenge onderwijzer, maar dat was in die tijd eigenlijk wel gewoon. Thuis was het een man die erg van gezelligheid hield. En hij hielp graag bij het organiseren van feesten, zoals het feest op Koninginnedag.

    Hij had zijn leerlingen verteld dat ze met respect om moesten gaan met de Joodse mensen in Weesp. Hij had op school ook de gele ster laten zien, die Joden verplicht op hun kleding moesten dragen. Een jongetje uit de klas had dit aan zijn ouders verteld, die pro-Duits waren. En meester Bouhuijs kreeg een waarschuwing.

    Maar meester Bouhuijs bleef nadenken en opkomen voor de Joodse mensen in Weesp. In 1942 kregen alle Joden die in Weesp woonden bevel om naar Amsterdam te verhuizen. Kun je je dat voorstellen, dat je ineens een brief krijgt waarin staat dat je weg moet uit je eigen huis en dat je niet weet wat er verder gaat gebeuren? Alleen maar dat je naar Amsterdam moet gaan en verder weet je niks? Dat is afschuwelijk, daar word je bang en onzeker van.

    Op een dag in april stonden alle Weesper Joden op het station voor hun reis naar Amsterdam. Ze hadden geen grote koffers bij zich, alleen handbagage: sokken, ondergoed, een tandenborstel en misschien een extra trui. Ze wisten niet van Westerbork, niet van de kampen. De meesten zouden nooit meer terugkomen.

    Mijn opa stond ook op het station, maar niet omdat hij naar Amsterdam moest verhuizen. Hij wilde de Joodse families, waarvan hij er veel kende, gedag zeggen. Hij nam afscheid door ze allemaal een hand te  geven. Misschien voelde hij aan dat het niet goed met ze af zou lopen. Hij moest ervan huilen. Moet je je voortellen, een volwassen man, netjes gekleed, die op het station staat te huilen.

    Mijn oom Daan, de oudste zoon van mijn opa, was ook op het station. Op een groot stuk papier had hij de tekst TOT WEERZIENS geschreven. Dat papier hing hij op in de tunnel van het station. Zo konden de Joodse mensen zien dat er aan ze gedacht werd en dat gehoopt werd op hun terugkeer naar Weesp.

    Natuurlijk werden meester Bouhuijs en zijn zoon gezien bij hun actie, door een man die voor de Duitsers werkte en die vlakbij het station woonde. Hij vond het verschrikkelijk dat een man die meeleefde met de Joden les gaf aan kinderen. Dat moest niet kunnen! Hij zorgde ervoor dat meester Bouhuijs op het kantoor van de Duitse Sicherheitsdienst in Amsterdam moest komen. Reken maar dat hij daar een flinke waarschuwing kreeg. Gelukkig werd hij niet gevangen genomen, maar een maand later werd hij ontslagen en mocht geen les meer geven. Hij was zijn werk kwijt en er kwam geen geld meer binnen.

    Voor mijn opa kwam het na de oorlog weer goed. Hij mocht weer les geven op de lagere school. Al snel was hij weer actief bij de Oranjevereniging en organiseerde hij weer het feest van Koninginnedag. Gelukkig maar!

    Niet alles kwam goed: er is nog steeds discriminatie en onrecht. Er zijn nog steeds mensen nodig die opstaan, zoals mijn opa dat deed. Je moet maar durven: opkomen voor anderen en daardoor zelf  risico lopen, iets kwijt te raken waar je van houdt: je werk, je familie of je vrijheid.

    Net als mijn opa geef ik les, op een school met jongeren uit allerlei landen: Syrië, Afghanistan, Roemenië, Marokko, Turkije, noem maar op. Voor mij is het niet moeilijk, ik denk aan mijn opa en weet dat iedereen gelijk is en evenveel kansen verdient. Ik zal er altijd op letten dat niemand die anders is buiten gesloten wordt. Doen jullie dat ook? Doe jij dat ook?

    Hierna werden er door de leerlingen vragen gesteld.

    Na deze bijeenkomst in de Grote Kerk liepen de leerlingen naar het Monument aan de Ossenmarkt. Hier droegen de leerlingen gedichten voor, die zij zelf hadden gemaakt.

    Katinka Hilders, voorzitter van de bestuurscommissie, vertelde hoe belangrijk zij het vindt dat wij blijven herdenken.

    Corry Alberts, bestuurslid van de SNHW, vertelde wat zij heeft meegemaakt in de oorlog en legde uit wat de betekenis van het Monument is.

    De Kinderherdenking werd afgesloten met de bloemlegging door de leerlingen.

     

    /site-media/user-uploads/tekst-kinderherdenking-2024-met-fotoos.pdf